Van crisis naar gezamenlijke aanpak

In de zomer van 2021 werd Limburg hard getroffen door extreme wateroverlast. Door hevige regenval traden naast de Maas ook beken als de Geul, de Roer en de Geleenbeek buiten hun oevers, waardoor straten en huizen overstroomden en grote schade ontstond. De overstromingen maakten duidelijk dat een andere aanpak nodig is.


Waar samenwerking vaak nog langs bestuurlijke en gemeentelijke grenzen was georganiseerd, verplaatst water zich door complete stroomgebieden.

Voor inwoners als Kirsten Drissen uit Valkenburg zijn de gevolgen van de overstromingen van 2021 nog altijd voelbaar. Haar woning op het laagste punt van het centrum liep volledig onder water. De ervaring veranderde blijvend hoe zij naar wateroverlast kijkt. “Ik besef nu veel beter dat water iets is wat je niet altijd kunt tegenhouden. Als je hier woont, moet je dat tot op zekere hoogte accepteren. Maar wat er in 2021 gebeurde had niemand hier zien aankomen. Bij een volgende keer zou ik niet meer proberen het water tegen te houden, maar direct mijn belangrijke spullen in veiligheid brengen.”

Deze gebeurtenis maakte niet alleen duidelijk welke impact extreem weer kan hebben op mensen, maar liet ook zien dat er meer moet gebeuren om wateroverlast te beperken.”

Als extra impuls bovenop wat overheden al deden, besloten Limburgse gemeenten, Waterschap Limburg, de Provincie Limburg en het Rijk hun krachten te bundelen binnen het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL). Binnen dit programma werken overheden met een brede aanpak samen aan een waterweerbaar Limburg, met aandacht voor de regionale stroomgebieden. Daarbij worden ook gebieden in het buitenland betrokken die invloed hebben op de situatie in Limburg.

“2021 heeft ons laten zien dat de wateropgave voor Limburg gigantisch groot is,” zegt Michael Theuns, gedeputeerde en voorzitter van de bestuurscommissie WRL. “Water houdt zich niet aan grenzen, het stroomt over landsgrenzen, gemeentegrenzen en grenzen van organisaties heen. Daarom moeten we samenwerken aan de wateropgave in Limburg.”

Ook programmamanager Katya Ivanova van WRL benadrukt dat het programma verder kijkt dan afzonderlijke maatregelen of bestuurlijke grenzen. “De kracht van WRL zit in het samenwerken binnen hele stroomgebieden, van bron tot monding,” zegt Ivanova. “Op die manier kunnen we maatregelen beter op elkaar afstemmen en werken aan oplossingen die niet alleen lokaal helpen, maar bijdragen aan een waterweerbaar Limburg als geheel.”

Foto van Michael Theuns, gedeputeerde en voorzitter van de bestuurscommissie WRL.

“2021 heeft ons laten zien dat de wateropgave voor Limburg gigantisch groot is,”

Een gezamenlijke opgave

Juist omdat water zich niets aantrekt van gemeentegrenzen, is samenwerking tussen overheden essentieel. Dat vraagt veel afstemming, omdat iedere organisatie eigen taken, belangen en manieren van werken heeft. “Tegelijkertijd zien we dat iedereen hetzelfde doel voor ogen heeft,” zegt Ivanova. “Juist doordat verschillende organisaties hun kennis en ervaring inbrengen, ontstaan betere oplossingen. Dat kost soms tijd, maar levert uiteindelijk veel op.”

Volgens Ivanova vraagt die manier van werken ook om geduld en vertrouwen tussen de verschillende overheidsorganisaties. “Niet iedere maatregel heeft direct zichtbaar resultaat,” zegt ze. “Juist daarom is het belangrijk dat we blijven kijken naar wat op de lange termijn het beste werkt voor de hele regio.”

Die brede blik is ook zichtbaar in de manier waarop WRL naar stroomgebieden kijkt. Binnen het programma wordt gewerkt van bron tot monding, waarbij ook gebieden in België en Duitsland worden betrokken. Dat is bijvoorbeeld belangrijk voor de stroomgebieden van de Geul en de Roer.

Tijdens de overstromingen van 2021 hielpen Duitse stuwmeren in de Roer om water gecontroleerd af te voeren, waardoor Limburg beter beschermd bleef. Daar zie je direct hoeveel impact het buitenland heeft op een grensprovincie als Limburg,” zegt Ivanova. “We zijn afhankelijk van maatregelen over de grens.” Inmiddels lopen er gezamenlijke studies met Belgische partners en worden over de grens gezamenlijk maatregelen voorbereid en uitgevoerd.

Volgens Michael Theuns laat de samenwerking zien dat waterveiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. “Geen enkele organisatie of overheid kan dit alleen,” zegt hij. “Juist door kennis, middelen en maatregelen op elkaar af te stemmen, kunnen we echt verschil maken.”

“Juist doordat verschillende organisaties hun kennis en ervaring inbrengen, ontstaan betere oplossingen.”

Foto van programmamanager WRL, Katya Ivanova.

Niet alleen dijken en muren

WRL kijkt nadrukkelijk naar de vraag hoe Limburg zich kan voorbereiden op extremer weer in de toekomst. "We weten dat hevige regenbuien en andere vormen van extreem weer steeds vaker voor gaan komen," zegt Theuns. "Wateroverlast volledig voorkomen is niet altijd mogelijk. Wel kunnen we met slimme keuzes en maatregelen de gevolgen beperken."

Om dat te bereiken werkt WRL vanuit drie pijlers. De eerste pijler bestaat uit fysieke maatregelen in het regionale watersysteem. Het gaat om verschillende soorten maatregelen zoals het beter vasthouden van water, het tijdelijk bergen van water, het vergroten van de afvoercapaciteit van beken en beschermingsmaatregelen zoals dijken en kades.

Maar fysieke maatregelen alleen zijn niet voldoende. Daarom richt de tweede pijler zich op de ruimtelijke inrichting van Limburg. Daarbij geldt het principe 'water en bodem sturend': eerst kijken wat het watersysteem aankan en daarna pas bepalen waar ruimte is voor nieuwe gebouwen of infrastructuur. Volgens Theuns vraagt dat soms ook om lastige afwegingen. "We kunnen het niet allemaal technisch oplossen en de middelen zijn beperkt," zegt hij. "Daarom moeten er voortdurend grote belangenafwegingen worden gemaakt.”

De derde pijler richt zich op bewustwording en waterweerbaarheid. “We weten dat wateroverlast niet altijd te voorkomen is,” zegt Theuns. “Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij inwoners zelf.” Het is daarom belangrijk dat mensen weten welke risico’s er in hun omgeving zijn en wat zij kunnen doen om zichzelf, hun woning en hun bezittingen beter te beschermen. Om inwoners daarbij te ondersteunen, ontwikkelt WRL verschillende producten en diensten die helpen om zich voor te bereiden op wateroverlast en de gevolgen ervan te beperken.

“Wateroverlast in Valkenburg is van alle tijden,” zegt Kirsten. “Maar wat er in 2021 gebeurde, was wel van een heel andere orde. Al het water uit het zuidelijke Geulgebied komt uiteindelijk samen in Valkenburg en stroomt daarna weer verder naar andere plekken. Daardoor besef je ook dat je dit niet op één plek kunt oplossen. Er zullen altijd situaties blijven waarin het spannend wordt, maar je kunt wel veel doen om de gevolgen te beperken. Dat vraagt niet alleen iets van de overheid, maar van ons allemaal.”

"Er zullen altijd situaties blijven waarin het spannend wordt, maar je kunt wel veel doen om de gevolgen te beperken."

Elke maatregel telt

Tegelijkertijd is de aanpak niet alleen gericht op de lange termijn. Op verschillende plekken in Limburg werken het waterschap en gemeenten al aan maatregelen die bijdragen aan het verminderen van wateroverlast. Zo worden waterbuffers aangelegd of uitgebreid, krijgen beken meer ruimte en nemen gemeenten maatregelen om water beter op te vangen.

Volgens Ivanova gaat het om het totaal van maatregelen. Daarin kunnen inwoners zelf ook veel bijdragen. “Elke druppel die je kunt vasthouden of vertraagd kunt afvoeren, helpt,” zegt ze. “Geen enkele maatregel lost het probleem alleen op, maar samen kunnen we er wel voor zorgen dat de risico's van wateroverlast worden beperkt.”

Voor Kirsten sluit dat aan bij wat zij zelf heeft geleerd sinds de overstroming van 2021. “Je kunt niet alles voorkomen,” zegt ze. “Maar je kunt wel zorgen dat je beter voorbereid bent. Dat geldt voor overheden, maar ook voor inwoners. Alles wat je doet, kan uiteindelijk verschil maken.”

Dat maatregelen daadwerkelijk effect kunnen hebben, werd volgens Theuns ook zichtbaar tijdens de overstromingen van 2021. Dorpen langs de Maas die in 1993 en 1995 nog zwaar overstroomden, bleven nu beter beschermd dankzij eerdere maatregelen. “Dat laat zien dat maatregelen verschil kunnen maken,” zegt hij. “En dat geeft ook vertrouwen voor de toekomst.”

“Water zal altijd een plek houden in Limburg,” zegt hij. “De uitdaging is om daar zo goed mogelijk op voorbereid te zijn. Dat vraagt om bewustzijn en inzet van ons allemaal.”